5x wat ik mis aan nederland

Ik zit alweer drie maanden in Noorwegen, op de helft! OP DE HELFT JONGENS, wat is dit. Waar is de tijd gebleven. Wat is tijd eigenlijk?

Het duurde even, maar na bijna drie maanden ben ik meer dan gesetteld in dit prachtige land. Het voelt eigenlijk al als thuis. Aan de andere kant mis ik Nederland wel. Natuurlijk mis ik mijn lieve ouders en vrienden, maar in het dagelijks leven mis ook een aantal zaken die ik in Nederland voor lief nam. Het zijn misschien niet de meest typisch ‘Nederlandse’ ervaringen, maar wel sterk contrasterend met de plaats waar ik nu ben.

De HEMA

De HEMA, echt, geloof me. Ik weet sowieso dat nu enkelen denken dat ik gek ben of gewoon hardop moeten lachen. Maar we zijn gezegend met de HEMA in Nederland, I shit you not. De HEMA stelt eigenlijk nooit teleur in mijn ogen (en in die van mijn beste vriendin, wij zijn fanatiek fan). De prijzen zijn top, het design vaak om van te smelten en ‘lunchen in de HEMA’ is een van mijn grote hobby’s. Deze toko speelt zo’n grote rol in mijn leven, dat ik het hier in Noorwegen oprecht mis. Meer dan eens betrapte ik mezelf erop dat ik iets nodig had en dacht ‘oh, dan moet ik even naar de HEMA’. Dan kwam het grote probleem. Er is hier geen HEMA! Ik wordt hier gedwongen om een speurtocht te houden naar winkels die verkopen wat ik nodig heb. Vervolgens komt het schot en bloedt mijn hart om de prijzen, “… dat zou de HEMA nooit durven vragen,” denk ik dan bij mezelf. Ik heb me suf gezocht naar een alternatief, maar HEMA is zo uniek, geen enkele andere winkel komt ook maar een beetje in de buurt. Dus bij deze: shout out naar m’n bae de HEMA, ik kan niet wachten om je weer te zien.

Sociale nuchterheid

In eerdere artikelen heb ik al eens door laten schemeren dat de Noren niet super sociaal zijn. Na drie maanden kwam ik erachter dat dit het understatement van het jaar is. Er komt nog een artikel over het sociale leven in Noorwegen, maar de essentie is ongeveer dit: Noren hebben een reden, een context nodig om een gesprek met iemand aan te knopen. Dat klinkt logisch, toch? Is het niet, want Noren zoeken ook naar een ‘goede’ reden. Dat betekent ongeveer dat samen dezelfde les volgen aan de universiteit niet voldoende is om een gesprek aan te knopen. Als je naast iemand zit die je niet kent, moet er een duidelijke reden zijn om diegene wat te vragen, bijvoorbeeld wanneer de docent wil dat je in tweetallen gaat discussiëren. Maar gewoon hoi zeggen en vragen naar de studie? Ho maar. Dat vond ik zo vreselijk wennen. In Nederland kan je bij wijze van spreken iemand in de club tegenkomen met hetzelfde shirt, schreeuwen ‘HE, WE HEBBEN HETZELFDE SHIRT!’, biertje erin en hoppa, je hebt een nieuwe vriend. Of wat ik graag doe: ik zie iemand iets onwijs interessants doen (bijvoorbeeld op de laptop gitaren ontwerpen) en vraag ernaar, zonder bijbedoelingen. Dan vormt zich een dialoog en leer je elkaar eventueel beter kennen. Het kan zelfs zo zijn dat je later wat samen gaat doen. Hier in Noorwegen blijft het steken bij stap twee, de dialoog. Dat gebeurt gewoon bijna niet! Ik trok mijn haren uit van frustratie want ik liep keihard tegen de Noorse muur van afstandelijkheid op. Inmiddels is het me redelijk gelukt deze Noorse muur te doorbreken, maar echt. Ik mis het Nederlandse sociale leven.

Platte wegen en weilanden

Een paar dagen geleden stuurde mijn vader een foto en mijn hart maakte een sprongetje (zie hieronder). Dit was in mijn ogen zo’n typisch Nederlands beeld, wat heerlijk om te zien. Hier in Noorwegen wordt ik omsingelt door bergen. Ik vind het fascinerend dat er geen horizon is, maar dat ik altijd wel naar ‘iets’ kijk. Nederland is zo vlak dat je kilometers ver niks kan zien, helemaal tot aan de horizon. “Oké,” denk je waarschijnlijk, “je mist het uitzicht?” Nou, eigenlijk mis ik het feit dat als ik moet rennen voor de bus ik niet tegen een berg op hoef te klimmen. Laat het me uitleggen. Het centrum van de stad ligt in een dal, in het diepste puntje. De universiteit staat aan de rand van het centrum, dat veel hoger ligt dan het centrum. Iedere dag dat ik op de universiteit moet zijn heb ik een heuse work-out te pakken om tegen die berg op te klimmen. De hellingsgraad is namelijk geen kattenpis. Ik heb me meer dan eens vergist in de relatie tussen tijd en afstand (“Ik ben er over vijf minuten!”) omdat ik de bergen gewoon vergeet. Fietsen is al helemaal geen optie. De enige fietsen die je hier ziet, zijn de mountainbikes van echte sportievelingen.

PpcTRwk.jpg

Terrasjes en cafés 

We weten allemaal dat Noorwegen geen goedkoop land is. Deze dooddoener is meer dan eens bevestigd, maar persoonlijk vind ik het geen reden om niet te gaan. Het vergt wat aanpassingsvermogen, maar geen dramatische levens-ommezwaai. Er zijn echter wel enkele momenten dat ik dit land vervloek om zijn prijzen en dat is om het volgende. Het is in vergelijking met Nederland duur om buiten de deur een drankje te doen, zelfs als je geen alcohol drinkt. Met mijn budget is ‘zomaar’ een terrasje pakken, lunchen in een café of een koffie doen meer een uitje dan een gewoonte. Dat vind ik wel heel erg jammer. In Nederland ben ik gewend om bijna elke week wel met anderen te lunchen of thee te drinken. Daarnaast kan je mij meer dan eens in mijn eentje in een koffietent vinden. Ik kan hier echt van genieten. Maar dat is in Noorwegen voor mij bijna niet te doen. Dus terwijl de Noren zich niks aantrekken van de prijzen en knus in een café aan hun hipster koffie lurken, zetten wij thuis thee en gaan we bij elkaar ‘op bezoek’ in onze kamers.

Voorspelbaar weer

Ja, ik zie het je denken, “hoe kan je het Nederlandse weer missen?!” Ik was net zo verbaasd, maar blijkbaar is het mogelijk. Het proces gaat namelijk als volgt. Ik word ’s ochtends wakker met een heerlijk zonnetje door mijn raam, strakblauwe lucht, eigenlijk de perfecte dag. Nog voordat ik de kans heb om op te staan en het raam open te doen, is het bewolkt. En geloof me, zo groot is mijn kamer niet, dus dat kost maar drie seconden. Wanneer ik een kwartier later uit te douche kom, sneeuwt het en voordat ik buiten ben is de lucht weer opgeklaard. Dit gaat ongeveer de hele dag door en het is gewoon onmogelijk om erop te kleden. Op het moment dat ik met snowboots naar buiten ga regent het nooit en ben ik over-dressed, maar zodra ik mijn platform-schoenen aantrek krijg ik zeiknatte voeten. Het is hier gewoon mogelijk om vier seizoenen in een uur mee te maken. Ik moet zeggen, dat houdt het dagelijks leven wel spannend.

Als klap op de vuurpijl, iets wat ik absoluut niet mis aan Nederland.

Cat-calling

Ik liep een paar dagen geleden rond een uur of twaalf ’s nachts alleen door het centrum van Bergen. De sfeer om mij heen deed me een beetje denken aan mijn thuisstad: veel jongeren op straat, drukke kroegjes, heel gezellig. Er was alleen (voor mij) een groot verschil dat me op dat moment letterlijk stil deed staan: ik werd niet nageroepen. Niet nagefloten, gehisst, niemand die riep dat ik een piemel in me moest hebben. Hoe meer ik hierover nadacht, hoe meer ik realiseerde dat dit nog niet een keer was voorgevallen in deze stad. Laat me dit benadrukken: Niet. Een. Keer.

Het gevoel van vrijheid en zelfvertrouwen dat na dit besef volgde, zegt voor mij genoeg. Ik ervaar catcalling absoluut niet als een compliment en ik weet dat veel vrouwen hier hetzelfde over denken. In het minste geval voel ik me er ongemakkelijk door, in het ergste geval geïntimideerd en onveilig. Door de jaren heen heb ik genoeg naar mijn hoofd gekregen op straat, zowel overdag als ’s nachts. Dit liep uiteen van simpelweg fluiten tot in mijn ogen seksuele intimidatie en alles wat ertussenin zit. Wat mij altijd het onveilige gevoel geeft is de machteloosheid. Negeren helpt namelijk niet: het is niet zo dat het nooit meer gebeurt. Bovendien is het bijna niet te negeren, want het wordt altijd zo gebracht dat je het sowieso wel hoort. Maar wat kunnen wij anders dan het negeren? Als we er op reageren, door om te kijken of iets terug te roepen, dan geven we de anders precies wat hij wil. En als we boos worden, zijn we ‘dramatisch’ of ‘ongesteld’. Daarnaast gebeurt catcalling vaak in een ongelijke vorm: ik ben alleen, zij in een groep. Al zou ik zo snel zijn dat ik diegene op zijn bek kan slaan, het gevecht verlies ik sowieso.

Nu is mijn thuisstad niet heel erg groot en over het algemeen loop ik zonder negatieve gevoelens op straat. Maar ik moet eerlijk toegeven: ik heb mezelf nog nooit zo veilig op straat gevoelt als hier in Bergen, zowel overdag als ’s nachts. Dat vind ik heel bevrijdend.

Foto’s: Leigh Kendell (voorpagina) en m’n vader

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s